Over Joris

Ik dacht dat ik een muzikant was, die de antwoorden van het leven in de wereld om me heen zou vinden.

Ik leerde door te zetten, leven zonder geld, rijden met bijna uit elkaar vallende auto’s en om te gaan met vriendelijke afwijzingen van platenmaatschappijen. Later kwam daar de smaak van succes bij en bijbehorende eenzaamheid. Om te werken in opname studio’s was altijd mijn droom geweest. De verschillen tussen creatieve dromers, doelgerichte succeszoekers en managers vond ik heerlijk. Ik werkte met een groot aantal artiesten, platenmaatschappijen in allerlei landen en produceerde een enorme hoeveelheid muziek. Er kwamen hits, miljoenen cd’s werden verkocht en aan mijn muur hingen gouden platen. En toen ik eindelijk de droom leefde die ik had toen ik 16 was realiseerde ik dat dit niet de plek was waar ik zou vinden wat ik werkelijk zocht.

En dus werd ik een spirituele zoeker, op zoek naar de antwoorden in mezelf.

Het volgende deel van mijn reis deed me vol passie zoeken naar God, naar spiritualiteit en verlichting. Ik werd een ‘devotee’ en ruilde mijn wereldse verlangens in voor een reis naar binnen. Mijn dag begon en eindigde met gebeden en in diepe meditatie. Het zingen van mantra’s was nu mijn muziek. De opname studio veranderde in een berg en mijn slaapkamer in een kleine tent. Ik vond diepe stilte en de verlichting waar ik zo naar op zoek was.

En toen…

Toen was ik nog steeds alleen, eenzamer dan ooit. Op deze berg, zowel de berg buiten mij als de berg in mij, was er geen echte verbinding met het leven, met de mensen die ik ontmoette. Mijn vrienden waren alleen mijn vrienden zolang we dezelfde gebeden uitspraken en bogen voor dezelfde guru. Maar de guru bleek net zo plastic als de gouden platen en ik werd depressief.

Alleen, verloren, was er geen plek meer waar ik nog kon zoeken. Buiten en binnen mij had ik gezocht en niets gevonden behalve prachtige illusies. Mijn leven was voorbij. Ik had alles en iedereen verloren. Er waren geen stenen meer die ik om kon draaien, zelfs geen tranen die ik nog kon huilen.

Dus stopte ik en ging zitten. Zonder meditatie, zonder extase, zonder rennen. Ik zat alleen met mezelf en voor het eerst voelde ik het leven. Niet de gepolijste versie die ik zolang zocht, maar het leven in zijn rauwe en pure vorm. Voor het eerst wist ik wie ik was, wat ik was. Geen perfecte droomversie van mijzelf, maar ik zoals ik was geschapen. Zonder enige antwoorden, vol met de vragen van dit moment.

Woorden begonnen te stromen, in muziek en gedichten. Voor het eerst was er echte vriendschap, zowel met de mensen die ik tegenkwam als met mezelf. Mijn pijn had compassie wakker gemaakt. Niet langer de behoefte iemand te helpen, alleen de ontmoeting zelf. De ene reiziger die de andere ontmoet. Een vriend die een andere vriend ontmoet. Soms kort, soms wat langer.

Zo lang had ik gezocht. Eerst in de wereld, daarna in mezelf, om uiteindelijk te ontdekken dat wat ik werkelijk zocht, ik altijd al geweest was, dichterbij dan mijn adem, de eenvoud van dit moment, de bron van het verlangen. Er is geen sleutel, de deur was altijd al open geweest. Sterker nog, er is helemaal geen deur. Er is niets waar ik naartoe hoef, omdat ik er al ben en zonder het te weten altijd al was.

Niet langer zoek ik een specifieke ervaring. Muziek, woorden en mensen zijn nog steeds mijn passie, zonder reis of doel. En morgen? Ik heb geen idee wat morgen brengt, maar ik weet dat ik verliefd ben op vandaag.