Wat je bent

Wat je bent kan niet gezien worden,
en toch ziet het alles.
Je kunt het niet aanraken,
maar bent er altijd door geraakt.

Het heeft geen naam,
maar is trots op de jouwe,
het is er als je slaapt,
al is het altijd wakker.

Het heeft geen lucht nodig,
maar is in elke ademteug,
hoewel het niet degene die ademt is,
noch de lucht zelf.

Het is niet de bomen die zuurstof maken,
of het zaad waar de boom uit ontsprong.
Het is onmogelijk een naam te geven,
en toch heb je het altijd gekend.

Alles wat het wil is deze dans,
vraagt zachtjes je hand,
niet meer dan een ogenblik,
in de oneindigheid van dit moment.

Uit ‘Mijn hart heeft geen haast’